28-05-10

Voedsel

473px-Staphylococcus_aureus,_50,000x,_USDA,_ARS,_EMU

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Toen het ik er nog niet was...

 

Volgende tekst, echt voedsel dat vaak vergeten wordt, krijg je in de oorspronkelijke versie en vertaald. Het is het beginfragment uit (Nobelprijswinnaar) Le Clézio's 'L'Extase materielle  en is ontzettend inzichtverrijkend, doet zweven alléén omdat het daar moet, er was toen niks vasts.

Geen zweverig boek maar de oersoep, onze voeding, wij...

Even moeite doen, absoluut dé moeite.

 

Quand je n'etais pas né, quand je n' avais pas encore refermé ma vie en boucle et que ce qui allait être ineffaçable n'avait pas encore commencé d'être inscrit, quand je n'appartenais à rien de ce qui existe, que je n'étais pas même concu, ni concevable, que ce hasard fait de précisions infiniment minuscules n'avait pas même entamé son action; quand je n'étais ni du passé, ni du présent, ni surtoeut du futur, quand je n'étais pas; quand je ne pouvais pas être; détail qu'on ne pouvait pas aperçevoir, graine confondue dans la graine, simple possibilité qu'un rien suffisait à faire dévier de sa route. Moi, ou les autres. Homme, femme, ou cheval, ou sapin, ou staphilocoque doré. Quand je n'étais pas même rien, puisque je n'étais pas la negation de quelque chose, ni même une absence, ni même une imagination. Quand ma semence errait sans forme et sans avenir, pareille dans l'immense nuit aux autres semences qui n'ont pas abouti. Quand j'étais celui dont on se nourrit, celui qui compose, et non pas celui qui est composé. Je n'étais pas mort. Je n'étais pas vivant. Je n'existais que dans les corps des autres, je ne pouvais que par la puissance des autres. Le destin n'était pas mon destin. Par secousses microscopiques, le long du temps, ce qui était substance oscillait en empruntant les voies diverses. A quel moment le drame s'est-il engagé pour moi? Dans quel corps d'homme ou de femme, dans quelle plante, dans quel morceau de roche ai-je commencé ma course vers mon visage?

 

 

 

 

Toen ik nog niet geboren was, toen ik mijn leven nog niet had opgesloten in een knop en dat wat onuitwisbaar ging zijn nog niet begonnen was te worden opgeschreven, toen ik tot niets behoorde van wat bestond, ik was zelfs nog niet uitgedacht, noch uitdenkbaar, dit toeval gemaakt uit oneindig kleine nauwkeurigheden had zelfs zijn actie nog niet begonnen; toen ik niet van het verleden was, noch van het heden, zeker niet van de toekomst; toen ik niet was; toen ik niet kon zijn; detail dat men niet kon waarnemen, graantje vermengd in het graan, simpele mogelijkheid waarvoor een nietigheid volstond om het te laten afwijken van zijn weg. Ik of de anderen. Man, vrouw of paard, of den, of staphilococcus aureus. Toen ik zelfs niet niets was, vermits ik zelfs niet de negatie van iets was, zelfs geen afwezigheid, zelfs niet een verbeelding. Toen mijn zaad zwierf zonder vorm en zonder toekomst, gelijk in de immense nacht aan de andere zaden die nooit aankwamen. Toen ik die was waarvan men zich voedt, en niet die die gevoed wordt, die die samenstelt en niet die die samengesteld is. Ik was niet dood. Ik was niet levend. Ik leefde slechts in het lichaam van de anderen, en ik kon slechts door de kracht van de anderen. Het lot was niet mijn lot. Door microscopische schuddingen, in de loop van de tijd, trilde de wat substantie had en ontleenden verschillende wegen. Op welk ogenblik heeft het drama het voor mij opgenomen? In welk lichaam van vrouw of man, in welke plant, in welk stuk rots ben ik mijn loop naar mijn gezicht begonnen?

 

 

 

(illustratie bovenaan: staphilococcus aureus)

( filmpje: You Tube: plankton )

09:55 Gepost door doeterniettoe in Filosofie | Permalink | Commentaren (0) | Tags: le clezio |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.