25-09-09

Redelijke stemmen, en niet de minste, rond de hoofddoek.

Foto Walter Nonneman

 

Zie: http://www.deredactie.be/permalink/1.603889

 

 

 

Ziehier de betreffende toespraak van Professor Nonneman die hopelijk voldoende weerklank zal vinden. Hier als pdf

 

Hier nogmaals de toespraak in extenso:

Opening academisch jaar 2009-2010

Toespraak door prof. dr. Walter Nonneman

Voorzitter Associatie Universiteit & Hogescholen Antwerpen

 

Dames en Heren,

Ik wil u eerst en vooral hartelijk danken voor uw aanwezigheid hier en voor uw belangstelling voor onze

universiteit en onze hogescholen. We zijn zeer blij met uw inzet en uw engagement voor ons Antwerps

hoger onderwijs. En we hebben uw steun en engagement echt nodig om niet platgedrukt te worden in

het Vlaams hoger onderwijslandschap door het Leuvens-Gents duopolie, maar daar wil ik het vandaag

niet over hebben. Ook uiteraard mijn oprechte dank aan de sprekers – Jan van den Nieuwenhijzen,

Wouter De Geest en Alain Verschoren - die duidelijk hebben aangegeven waar het vandaag op aan komt

in het hoger onderwijs, bijzonder in onze regio. Ook mijn dank aan studenten en personeel voor hun

geëngageerde boodschappen. Ik wil ook de diensten bedanken die deze plechtigheid in goede banen

hebben gehouden.

Ik wil mijn vijf minuten besteden aan een gloeiend heet onderwerp namelijk: diversiteit en religieuze

symbolen in het onderwijs.

Dames en Heren,

Als je aan mensen met Vlaamse, Turkse of Marokkaanse roots in Vlaanderen vraagt of ze het eens of

oneens zijn met de stelling dat “iedereen die in België woont de mogelijkheid moet hebben om zijn

eigen geloof te beleven”, dan zijn die drie etnische groepen in ons land het roerend eens. Sociologen

van de Universiteit van Hasselt stelden recent die vraag aan 750 mensen, netjes verdeeld over de drie

etnische groepen, en minder dan 5% is het eerder oneens of helemaal oneens met die stelling. Minder

dan 5%! Ik ga ervan uit dat de 5% dwarsliggers de vraag niet helemaal goed begrepen hadden. In ieder

geval is het duidelijk dat godsdienstvrijheid niet alleen in onze grondwet verankerd zit, maar ook diep in

hart en ziel is gegrift van de Belgen – zowel van de oude als van de nieuwe Belgen.

Het wordt een ander paar mouwen wanneer godsdienstvrijheid geld moet kosten. Als het over onze

portemonnee gaat, worden we vervelend .

Op de vraag of “alle erkende godsdiensten door de Belgische overheid financieel gesteund moeten

worden” vindt maar 4 op 10 oude Belgen dat dit moet kunnen, terwijl 9 op 10 nieuwe Belgen dit

vanzelfsprekend vinden – en onze medeburgers met Turkse en Marokkaanse roots zijn het, op dit punt

toch, roerend eens. Het grote verschil in opinie tussen oude en nieuwe Belgen is niet zo moeilijk te

verklaren. Het is niet omdat oude Belgen gieriger zijn dan nieuwe maar wel omdat veel oude Belgen al

lang niet meer zo religie- of kerkgezind zijn en belastinggeld voor kerken en priesters, laat staan voor

moskeeën en imams, helemaal niet zien zitten. De nieuwe Belgen – overwegend moslims – vinden

terecht dat ze evenveel recht op belastinggeld hebben als bedienaars van de eredienst in kerk of

synagoge.

We geraken helemaal op kookpunt wanneer mensen hun godsdienstige affiliatie willen laten zien in het

openbaar. 6 op 10 oude Belgen vindt dat de baas op het werk de hoofddoek mag verbieden; 6 op 10

nieuwe Belgen vindt het tegendeel namelijk dat de baas hier niets over te vertellen heeft. 5 op 10 oude

Belgen vindt dat het dragen van een hoofddoek op school helemaal niet kan, terwijl 6 op 10 nieuwe

Belgen vindt dat dit absoluut moet kunnen. Hier staan we dan met meerderheden bij oud en nieuw

lijnrecht tegenover elkaar en de commotie hier in Antwerpen illustreert deze tegenstelling heel scherp.

Wat moeten we hier mee?

Dames en Heren,

Ook in het Antwerps hoger onderwijs zien we – gelukkig – meer en meer intelligente jonge vrouwen

verschijnen met islamitische roots. Sommigen dragen een hoofddoek; anderen ook niet. In geen van de

instellingen van onze associatie is er – bij mijn weten – tot nog toe een probleem gemaakt over de

hoofddoek en ik hoop van harte dat we dit zo kunnen houden.

Ik wil hierover een paar dingen kwijt om een polariserend debat in ons écht actief pluralistisch Antwerps

hoger onderwijs te vermijden.

Ten eerste zullen we er in Antwerpen – zoals trouwens in alle West Europese steden - mee moeten

leren leven dat er meer en meer kleur zit in onze medemensen. Noch immigratie, noch de

demografische dynamiek van de stedelijke bevolking is te stuiten - ook al zouden sommigen dat graag

willen of vinden we dat spijtig uit pure nostalgie. Het zou dus best kunnen dat binnen een paar

legislaturen de burgemeesters van Antwerpen niet de vertrouwde namen hebben zoals Bob, Filip of

zelfs niet Patrick, maar dat het bijvoorbeeld Farid, Ahmed of Mehmet wordt, of – stel u voor – niet de

Maria, of de Marie Rose of ons Leona, maar dat het Maryam, of Karima of Hacer wordt! Wat nu

misschien onwaarschijnlijk lijkt, is door de demografische dynamiek van deze stad, over één generatie

een waarschijnlijk scenario. Wat vandaag in Rotterdam al een feit is – een burgervader met

mohammedaanse roots – is ook morgen in Antwerpen best mogelijk.

Ten tweede, een dubbele identiteit is geen nachtmerrie, integendeel. Onderzoek in binnen- en

buitenland leert ons dat de meest succesvolle doorstromers in de maatschappij heel dikwijls mensen

zijn met een dubbele identiteit. Ze zijn Vlaming en Belg, Marokkaan en Antwerpenaar, Turk en

Limburger, Jood en Belg, Waaslander en Antwerpenaar of zoals veel Antwerpenaars van zichzelf vinden:

Antwerpenaar en wereldburger”. Iemand met dubbele identiteit behoudt het respect voor zijn

volksgenoten, zijn tradities, zijn grootouders, zijn ouders, hun waarden, normen, taal en religie en

accepteert tegelijk de sociale controle van de oude en de nieuwe maatschappij. Waarom zou men dus

zijn afkomst en opvattingen niet publiek mogen tonen door het dragen van een speldje met een

Vlaamse leeuw, of met de stralende A van Antwerpen, of met een fakkeltje of een kruisje, of door het

dragen van een kepel of een hoofddoek?

Ten derde, we laten ons de schrik op het lijf jagen voor de islam omdat sommige media en volksmenners

het gedrag en de daden van miskweekte en gefrustreerde radicalen die de meest on-islamitische

wreedaardigheden begaan of onnozelheden uitkramen, associëren met de islam. Van gangsters in eigen

land met een vreemde naam tot zelfmoord terroristen in Afghanistan – het wordt door mediatieke

simpletons allemaal vereenzelvigd met “de vreemdelingen”, de moslims en de islam. En de schrik zit er

inmiddels goed in en angst is een slechte raadgever. Ik moet in eigen land nog altijd religieuze moslims

tegenkomen met sympathie voor Sekaki, Al Quaida of Osama bin Laden.

Ik wil besluiten met een vraag en een pleidooi. Mijn vraag is simpel: weten we wel echt wat deze vaak

zeer verstandige en mondige jonge vrouwen bezielt die zich willen tooien met een hoofddoek? Denkt u

nu echt dat ze dat allemaal doen omdat ze onder druk worden gezet door radicalen, door hun ouders,

broers of vaders? We kunnen dat alleen weten door met die vrouwen te praten, te dialogeren, niet om

hen te overtuigen van ons paternalistisch of maternalistisch gelijk, maar om te weten wat ze denken en

wat hen drijft. De “baas over eigen hoofd” vrouwen bijvoorbeeld – de BOEH-vrouwen, voor sommigen

échte boemannen – zijn mondige vrouwen die nadenken en weten wat ze willen namelijk: baas zijn over

eigen hoofd en hun eigen leven. Ze willen dat een vrouw zelf kan beslissen of ze een hoofddoek draagt

of geen hoofddoek draagt. De boeh-vrouwen en hun aanhang zijn Vlaamse moslima’s en seculiere

vrouwen die opkomen voor vrouwenrechten, zowel in de eigen moslimgemeenschap maar ook in de

Vlaamse geseculariseerde gemeenschap, even strijdvaardig en radicaal als onze Vlaamse feministes

hebben gedaan – nog niet zo heel lang geleden - en nog steeds bezig zijn te doen.

Dames en Heren,

Ik denk dat we deze moslima’s moeten steunen in hun strijd voor vrouwenrechten in plaats van hen – en

tegelijk ook vele moslimgemeenschappen in ons land – te aliëneren door een blind verbod, ingegeven

door onredelijke schrik, misplaatst paternalisme of door een gebrek aan fantasie om mechanismen te

bedenken om de invloed van losgeslagen radicalen te beperken. Door volgehouden dialoog, overleg en

gezond verstand kan de invloed van dergelijke radicalen worden terug gedrongen en de constructieve

rol van een moderne islam worden versterkt. Ik roep iedereen op om de dialoog over het

hoofddoekverbod te heropenen met als doel voor ogen: geen wrok- en haatmaatschappij te creëren en

niemand de kans op onderwijs te ontnemen.

Dames en Heren,

Na dit sermoen van uw proost – u ziet, ik kan ook mijn roots niet verbergen en ben ook niet van plan dat

te doen - mag ik dan nu de zegen geven over dit nieuwe academiejaar.

Hier komt het:

Namens de Universiteit Antwerpen, de Artesis Hogeschool, de Hogere Zeevaartschool, de Karel de

Grote-Hogeschool en de Plantijn Hogeschool, verklaar ik het academiejaar 2009-2010 voor geopend


 

Zie ook D.S: Moslima's steunen in hun strijd.

Aanrader is volgend artikel van Herman Lauwers (in Sampol nr7 september 09) Onder de sluier.

18:03 Gepost door doeterniettoe in Maatschappij | Permalink | Commentaren (0) | Tags: hoofddoek, auha |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.