01-02-08

Stations, metro’s liften… publieke ruimten.

 

 

Niet elke publieke ruimte ademt dezelfde sfeer. Een zaal waarin  je je nestelt  voor een bepaalde film is al minder anoniem  dan de inkomsthal van het filmcomplex, een schouwburgpubliek is minder anoniem eens de zaal in, je voelt zelfs een zekere lotsverbondenheid na de voorstelling. Het samen lachen, ontroerd worden heeft  sociaal-therapeutisch gewerkt, je kent de anderen wel niet maar ze hebben hetzelfde gebeuren meegemaakt, ze zijn minder anoniem geworden, we hebben iets gemeenschappelijks. Je voelt je veilig. Datzelfde geldt voor concerten, grote popevenementen e.d.m.: je voelt de verbondenheid die je anders zo vaak mist, al besef je dat anders niet.

Zelfs wat het net betreft geldt dat. Alleen al te beseffen dat een groot aantal lezers dit blogje dagelijks aanklikt bvb. brengt een gevoel van verbondenheid bij  uw ‘nederige –anonieme- dienaar’, al kent die waarschijnlijk niemand van jullie..

 

Anoniem en toch verbonden dat laatste is belangrijk, ingebed zijn ondanks je anonimiteit in een groter geheel. Het is dat laatste gevoel, dat  ingebed zijn, dat vaak ontbreekt in  ruime publieke plaatsen die louter omwille van  transport of transit worden gebruikt.  Een lift blijft meestal nog juist draaglijk:  de beperkte claustrofobische ruimte  en de korte tijdsduur maakt persoonlijk contact mogelijk zonder dat het als bedreigend wordt aangevoeld. Juist even spreken maakt de aanwezigheid van de andere minder bedreigend je hebt nl. een toonaard gelegd. De andere is gezien en getaxeerd.

Bij stations en  metro’s ligt het moeilijker. Zij zijn al sterk verschillend van sfeer afhankelijk van hun ligging en tijdstip.  Tijdens de spits voel je  je beschermd door de grote massa reizigers die anoniem verderhollen en eens de trein in zich verbergen achter hun krant, ostentatief gaan ze lezen  of ze sluiten zich  akoestisch af met hun mp3 speler ,lege blik op de display, of ordenen geconcentreerd hun privé-data  op hun mobiel…  Samen in de trein omdat het moet maar wel liefst alleen op de zitbank als het effen kan. Sommigen stellen mantels of koffers duidelijk zo op dat benadering duidelijk ongewenst is.  

 

 

 Voor en na het beroepsverkeer neemt de frequentie van de gebruikers af en rechtevenredig  daarmee het gevoel van bedreiging toe. Vooral vroeg ’s morgens en laat ’s avonds, ondanks alle alarmknoppen en camera’s. De nachtelijke metro is de nachtmerrie van de zwakke en minderbedeelde reiziger, juist zoals de nachtelijke ondergrondse parkeerruimten die is van hen die rijk genoeg zijn over een eigen wagen te beschikken…..

 

Dit alles is het resultaat van de verregaande individualisering. Het ikje is zo sterk individualistisch geprogrammeerd dat het zich niet veruitwendigen durft in publieke ruimten tenzij in agressie of verzuurde reacties.. Het ikje ondergaat de massa, zonder zich verbonden te voelen, het wordt geen wij in een lege wereld vol mensen die zich niet betrokken willen voelen, die overal vrijblijvend zijn en weer verder lopen.

 

 Het is juist door wat je gemeenschappelijk hebt te benadrukken dat je je minder bedreigd zal voelen, niet door de verschillen te benadrukken. Sommige partijen hebben daarin een enorme verantwoordelijkheid. De verzuring, het opdelen in wij en hen, maakt dat je je leven ondergaat, je wordt geleefd, leeft niet zelf. Zo wordt de roep naar sterke leiders die alles zullen oplossen met  repressie groter. En we weten waartoe dat geleid heeft in Duitsland in de jaren ’30 van vorige eeuw.Zijn wij anders?

Intussen zijn we weliswaar een andere eeuw, technisch staan we een stuk verder, maar zijn we psychisch al een millimeter vooruitgegaan? Passen we onze inzichten toe in ons eigenste leven?  Is dat laatste niet onze enige overlevingskans?

11:15 Gepost door doeterniettoe in Maatschappij | Permalink | Commentaren (0) | Tags: massa, publieke ruimten, individu |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.