28-11-07

Libération gaat Belgisch:

libérationWie vandaag 28 november een exemplaar van Libération zocht, kwam waarschijnlijk hier in Vlaanderen van een kale reis terug: uitverkocht. Het aantal anderstalige kranten is de laatste tijd hier in Vlaanderen enorm gezakt dus voor Liberation, een Franse krant kon je dan ook niet overal zomaar terecht. Dit nummer van Libération (de krant waar De Morgen zich ooit aan spiegelde) was dan ook hier bijzonder gegeerd  vermits het haast volledig aan België gewijd is. Ook de vrt gaf ruim aandacht aan het evenement en toonde gisteren in Terzake een hoofdredacteur van Libération die zeer vaardig met het Nederlands bleek overweg te  kunnen. Een voorbeeld voor vele andere eentaligen in dit land, Franstaligen zowel als Vlamingen: een tweede landstaal leren is géén tijdverlies, vraagt wel inzet maar geeft mogelijkheden je blikveld én mogelijkheden te verruimen.

 

Gelukkig is er het net en grote kranten hebben intussen meer en meer de gewoonte aangenomen al hun nieuws ook online te zetten (vaak dan nog gratis), een groot voordeel vandaag wat betreft Libération:  het (uitverkochte) informatiepakket rond België  is zo nog te      raadplegen, en wat valt op het genuanceerde beeld, geen zwart wit tekening van goeden en slechten zoals de populistische politiek er vaak van maakt omdat ongenuanceerde uitlaten makkelijk scoort. Hopelijk wordt men  in de loop der tijd wat dat betreft (én in beide landsgedeelten) wijzer.

 

 Hier het Belgische nummer:

http://www.liberation.fr/actualite/evenement/evenement1/2...

 

De analyse in dit nummer onder de titel   Le Crépuscule des Belges’ geeft een duidelijk en niet eenzijdig beeld van de tweespalt in dit land, hoe die historisch gegroeid is. De prangende vraag aan beide gemeenschappen is dan ook hoe lossen we dat op, verder opsplitsen, zodat we tenslotte tot een Europa komen van ettelijke staatjes (  'Capitale de l' Europe des Confettis') of pogen we te werken naar een groter geheel met voldoende specificiteit voor elke regio, zoals de Europese droom toch is of zou moeten zijn om in vrede te kunnen samenleven.  

Kijken we en laten we ons gedrag bepalen door frustraties opgelopen in het verleden of kiezen  we voor eigentijdse realistische oplossingen (en daar zullen compromissen inzitten, dat is toch de essentie van ‘samen’ leven) gericht naar een Verenigd Europa? Dat we hier intussen al zestig jaar vrede kennen is dankzij die tendens tot samenwerking binnen Europa… Wie de eerste helft van vorige eeuw  doormaakte was al getekend door twee ellendige wereldoorlogen en dat ellendige nationalisme. Geen gevlaggezwaai (Belgisch of Vlaams) brengt een oplossing, we moeten het niet meer van nationalismen hebben. La Belgique a papa is voorbij, Belgische vlaggen die denken die tijd te kunnen terugroepen zijn een anachronisme. België als ‘tussenstap’ naar een welvarend en hopelijk tolerant Europa daarin  ligt een weg voor de toekomst. Elk land zal niet zijn eigenheid maar wel ‘het zich  afzetten tegen de andere’ moeten afleggen, dat is niet meer in het spoor van de evolutie, niet bij de tijd. De grote milieu en economische problemen vragen een globale aanpak en daar kan juist België een voorhoedespeler worden als men hier tenminste de kiezer meekrijgt.

 

Interessant is bvb. volgend fragment uit Le Crépuscule des Belges:

(eerst de originele tekst, daaronder de vertaling)

Mais il serait inexact de croire qu’il y a d’un côté les «méchants flamands» qui veulent prendre leur indépendance, et de l’autre les «gentils francophones» défendant l’unité de la Belgique. La frontière linguistique, qui a créé deux espaces unilingues en 1932 est une idée des francophones qui voulaient à toute force éviter de se retrouver dans un Etat bilingue, qui aurait pourtant scellé à jamais l’unité du pays. A l’époque, la Flandre, région pauvre et catholique, était ouvertement méprisée par une Wallonie riche, laïque et socialiste. On aurait tort de sous-estimer le régionalisme wallon et le refus des francophones d’apprendre le flamand, cette «langue de paysan». Pour donner une idée de cette arrogance francophone, il faut se rappeler que ce n’est qu’en 1930 qu’une université flamande a vu le jour, à Gand, et seulement en 1967 que la Constitution belge fut traduite en flamand… Mais, là aussi, il y a une part de fantasme flamand dans la façon dont est cultivé le souvenir de cette domination : le nord du pays oublie un peu vite que la bourgeoisie flamande était totalement francophone (c’était l’anglais de l’époque) et il confond une domination de classe avec une domination linguistique. Les ouvriers wallons n’étaient pas mieux traités par le patronat wallon que les ouvriers et paysans flamands par leur bourgeoisie…

Het zou verkeerd zijn te geloven dat er aan de ene kant de stoute Vlamingen staan die onafhankelijkheid opeisen en aan de andere kant lieve francofonen die de eenheid van België verdedigen. De taalgrens die twee eentalige gebieden heeft gecreëerd in 1932 is een idee van de francofonen die koste wat het kost wilden vermijden terecht te komen in een tweetalige staat, wat juist de eenheid van de staat voor altijd had verzegeld. Toen was Vlaanderen een arme en katholieke regio, openlijk veracht door een rijk Wallonië, socialistisch en laïcistisch.

Men doet verkeerd met het Waalse regionalisme en de weigering van de francofonen om Vlaams te leren te onderschatten, die “ boerentaal”. Om een idee te geven van de Franse arrogantie is het goed zich te herinneren dat pas in 1930 een Vlaamse universiteit het licht zag, in Gent, en er is voor een deel een Vlaamse fantasie in de wijze waarop de herinnering aan deze overheersing wordt in stand gehouden: het Noorden van het land vergeet een beetje vlug dat de Vlaamse burgerij volledig verfranst was (het was het Engels van toen) en verwart een klasse overheersing met een taaloverheersing. De Waalse arbeiders werden niet beter behandeld door het Waalse patronaat dan de Vlaamse boeren  door hun burgerij.

 

14:49 Gepost door doeterniettoe in Media | Permalink | Commentaren (1) | Tags: belgie, liberation |  Facebook |

Commentaren

VAN VOLKSVERDEDIGER NAAR VOLKSVERRAAD .

Van de Vlaamse strijd kan men zeggen dat (indien men die in zijn historische categorie plaatst waarin hij thuishoort) die ondubbelzinnig en duidelijk gerechtvaardigd was.

Er is een tijd geweest waarin de zich van verschillende Vlaamse dialecten bedienende bevolking in België als tweederangsburgers werden beschouwd.
De eersterangsburgers waren toen de zich van het Frans bedienende Bourgeoisie zowel in het zuiden als het noorden van het land, het waren dus niet zozeer de Vlamingen an sich die niet geacht werden maar wel zij die zich enkel maar in één van de Vlaamse dialecten konden uitdrukken.
De burgerij en de vrije beroepen, de adel, de klerikale wereld zowel als de wetgevende en uitvoerende machten bedienden zich immers allen van het Frans als onderlinge omgangstaal.
Het Frans had zich vooral dank zij de oprichting van de academie Française verspreid als het universele communicatiemiddel par excellence. Deze academie Française had zich als doel gesteld klaarheid te brengen in de Franse taal en het was zij die bepaalde wat voortaan als correct Frans
beschouwd zou worden.
Voor het eerst beschikte men zo over een officieel genormeerde levende taal.
Dit Frans zou daardoor algauw de internationale voertaal worden op het Europese vasteland.
Wie aldus deze taal beheerste beschikte over een bij uitstek geschikt instrument om in economisch, sociaal en politieke middens zijn eigen positie te onderhandelen.
De erbarmelijke levensomstandigheden maakten het voor de verpauperde en vooral agrarisch en proletarische bevolking in Vlaanderen quasi onmogelijk om hun positie op enigerlei wijze via de geijkte kanalen tot verbetering te brengen omdat immers alle administratie in het Frans verliep.
Het was dus noodzakelijk dat het Nederlands als officiële taal doorgang zou vinden bij de overheid, het onderwijs, de ambtenarij enz.opdat ook uniek Nederlandstalige Vlamingen de kansen zouden krijgen waarvan tot dan toe enkel Belgen die het Frans beheersten konden genieten.
In het zuiden van het land had de gewone bevolking het voordeel reeds van nature uit Franstalig te zijn waardoor zij deze extra sociale strijd niet hoefden te voeren.

De taalstrijd is dus niet een strijd geweest van Walen tegen Vlamingen zoals men in nationalistische kringen graag doet uitschijnen maar vooral een sociale strijd om erkenning van het Nederlands als officiële taal om zodoende iedere Belg waarlijk elkaars gelijke te maken.

De omstandigheden zijn heden ten dage geheel anders, de revolutionaire waarheid van gisteren is vandaag triviaal geworden.
De strijd is gestreden,aan alle rechtgeaarde eisen is voldaan.
De Vlaamse beweging kan de boeken met een gerust hart dicht doen en tevreden terugkijken op een bewonderswaardig parcours.

Intussen heeft er zich echter een verontrustende escalatie voorgedaan binnen deze Vlaamse beweging. Deze escalatie lijkt permanent van aard en voltrekt zich schijnbaar ongemerkt.
Een nefast soort flamingantisme stak de kop op, dit flamingantisme uit zich niet langer als de verdediger van de Vlaamse zaak binnen het Belgisch (federaal) bestel maar heeft een uitgesproken vijandige houding aangenomen tegen alles wat maar van ver of dichtbij enig verwantschap heeft met België.
Ondanks het onbetwistbare successtory van het Belgische natieproject (met een levensstandaard en kwaliteit die tot de beste ter wereld behoren) hebben zij het zich tot doel gemaakt om splinter voor splinter en op doordachte maar onverantwoordelijke wijze onze voorbeeldige welvaartstaat tot op de
grond af te breken.
Deze intussen geïnstitutionaliseerde en dus machtig geworden stroming laat niet na om zonder ophouden continue uitingen van ergernis ,nestbevuiling, subjectief afgeschilderde feiten gelardeerd met vrijblijvend ongenuanceerd en theoretisch gebazel de wereld in te sturen.
Voor deze geraffineerd ten uitvoer gebrachte maar sterk manipulatieve propagandastroom gebruiken zij de intussen slaafs, want van hen afhankelijk geworden massamedia (waarin ze trouwens verschillende niet onbelangrijke machtsposities verworven hebben).
Terzelfder tijd geven zij aan de hand van onrealistische mooie voorstellingen en het opdringen van valse verwachtingen blijk van een ongelooflijke naïviteit en een lichtgelovig optimisme ten overstaan van hun Vlaamse onafhankelijkheidsstreven, het zijn symptomen van hun overdreven en
ongegrond zelfvertrouwen.
Alle heil voor de al dan niet sterk uitvergrote of dikwijls zelfs imaginaire problemen eigen aan België ligt in deze repetitief eenvoudig voorgestelde oplossing.
Over de onvermijdelijke neerwaartse welzijnsspiraal dat dit alles met zich mee zou brengen rept men met geen woord, alle nadelen worden verloochend, verdrongen of geprojecteerd op anderen, conflicten worden achtereenvolgens gecreëerd, gepolariseerd en ten slotte geëscaleerd tot uiteindelijk het rauwe separatisme naar voor wordt geschoven.
Via deze ingeoefende en tot gewoonten verworden politieke manoeuvres beïnvloeden en vergiftigen ze zo de publieke opinie in Vlaanderen.
Aan de hand van deze subtiel opgezette maskerade sporen ze er de bevolking heimelijk toe aan om onbewust toe te geven aan het onderhuidse egoïsme aanwezig in ieder van ons.
Dit is echter alleen maar mogelijk doordat men dit egoïsme niet als dusdanig ervaart, het werd immers bij voorbaat al gelegitimeerd door allerlei schijnrechtvaardigheden.

Dat het verbreken van de gezamenlijk opgebouwde en in stand gehouden nationale solidariteit onvermijdelijk zal leiden tot een algehele verarming van de gehele bevolking is nochtans een vaststaand feit.

Een belangrijk deel van de Vlaamse beweging anno 2007 zou men in de huidige context dus beter kunnen omschrijven als Vlaamse Volks Bedrog.
Alle initiële eisen uit hun ontstaansperiode (en meer) zijn intussen
realiteit geworden.
Het ontspoorde eisenpakket van de huidige dag heeft niets meer te maken met de Vlaamse zaak op welke manier dan ook.
De sociale anomalieën die aanleiding waren voor de oprichting van de beweging lijken pervers genoeg diegenen te zijn die ze nu met hand en tand
verdedigen.

Gepost door: De welvaartwatcher | 29-03-08

De commentaren zijn gesloten.