16-07-07

Waarnemen, de diepte van de oppervlakte.

Miljoenen tekens alom hier op het net… tekens die naar gedachten wijzen. Gedachten zijn tenslotte hersenspinsels die naar de werkelijkheid kunnen verwijzen maar niet voor die werkelijkheid genomen mogen worden. Dat ene (de gedachte) blijft een schim, een afspiegeling. Dat andere is dé werkelijkheid die we met alles wat ons ter beschikking staat pogen te benaderen maar die we onmogelijk in haar totaliteit kunnen vatten. Gedachten blijven afspiegelingen, schaduwen van de werkelijkheid. 

 

Een eerder onopvallend iemand, Eckhart Tolle, duitstalig en Canadees, vertelt zinnige zaken rond waarneming. Zaken die je ook bij bvb. Krishnamurti vindt. Deze laatste heeft zijn naam tegen vermits je vlug hem voor een of andere goeroe kan nemen, wat hij juist niet wil zijn. Zo werkt nu eenmaal ons brein: wat bekend is leidt uiteindelijk tot vooroordelen. Je werkt verder vanuit je gedachten en ziet de werkelijkheid niet meer. Een gevaar ook voor eenieder die volledig 'wired' door het leven stapt.

 

Uiteindelijk speelt  geen rol wie wat vertelt. Onbelangrijk is waar je vindt wat je meer inzicht verschaft, het gaat om de “herkenning”, om het zien van de werkelijkheid zonder dat je iets moet geloven, zonder enige vorm van dogma.

 

Het mooie aan Tolle of Krishnamurti:  je kan hen beluisteren zonder dat je moet geloven, ook hen niet. Er valt bij hen niks te aanvaarden of te geloven, gewoon oplettend naar binnen kijken bij jezelf en zien hoe je gedachten werken en hoe ze vaak tot onontwarbare spinsels verworden.

Dat zien is vaak voldoende om kalmte te vinden. Een kalmte die je overvalt omdat je dat kleine ik even loslaat.

 

 

Hier Tolle:

 

 

 

En dit is de vertaling van dit fragment:

 

In elke mens is de dimensie van de diepte, de dimensie van het zijn. Men vindt die door bewust te worden van het huidig moment. Het begint met de vorm die het huidige moment aannneemt dat zijn nl. de waarnemingen, dat wat we waarnemen. Dat betekent dat er plots een oplettendheid ontstaat en terwijl ik spreek kan dat  gebeuren een oplettendheid die ontstaat met dewelke we de dingen rondom zien. We kunnen de dingen aanzien zonder ze vanuit gedachten (gedanklich) te moeten benoemen, wij geloven slechts dat we alleen de dingen kunnen bekijken vanuit gedachten en het is wonderbaar die kunde te kunnen waarnemen: zien. Zoals een kind maar dieper want er is een dieper weten dat niet vanuit concepten, begrippen komt. Een bloem zien of het licht dat door het raam valt, de ruimte als een geheel waarnemen en zo oplettend zij dat we de waarneming toelaten zoals ze is, zonder te menen dat we ze nog moeten interpreteren, benoemen als dit of geen. Horen en zien zijn de twee belangrijkste zintuigen voor de mens. Voor bepaalde dieren zijn andere zintuigen belangrijker. Voor een hond is de reuk het belangrijkste en een hond heeft niet het probleem dat hij het ruiken met gedachten (gedachtelijk) benoemt, een dier is nog sterker met het zijn verbonden dan de mens.  De mens heeft er zich meer en meer van verwijderd al is dat een droom een illusie dat hij zich verwijderd heeft. Daarom heeft een dier of een plant een waardigheid, schept geen wereld van problemen, is niet in staat de planeet te vernietigen, dier en plant leven nog in eenheid met het zijn, ze hebben zich niet van het zijn losgescheurd en hebben niet gezegd dat ben ik en daar zijn de anderen. Natuurlijk heeft ook elk dier zijn grenzen wat betreft vorm heeft een bepaald gedrag dat het niet kan overstijgen. Het dier is nog meer in het zijn, men zou kunnen zeggen aan God, maar de mens heeft zich verloren in de objecten. Eeuwenlang meer en meer heeft de mens zich in objecten verloren. Objecten zijn evengoed de voorwerpen van deze wereld waarmee hij zich identificeert als de gedachten. Elke gedachte is een object, een vorm, een bewustzijnsvorm, elke gedachte, zij ontstaat en de mens identificeert zich met dat alles, alles  trekt zijn aandacht, het bewustzijn ‘an sich’, hij loopt het ene ding na,  het  andere ding. Met elke gedachte identificeert hij zich met elke emotie, overal zit er een ‘zelf’ in. Het zelf, hij verliest zich ‘zelf’ in de wereld van de objecten, in de wereld van de dingen. De gedachten dat zijn allemaal dingen. Hij is vergeten waaruit het hele leven komt, de bron van het leven zelf: het zijn, dat in elke mens nog onveranderd aanwezig is. De eerste stap terug is ons bewuster te zijn van de waarnemingen, zintuiglijke waarnemingen Veel dichter dan ideeën-concepten. We leren kijken zonder te benoemen. We kunnen iets in de hand nemen een stuk fruit, appel, sinaasappel; We houden het in de hand, voelen het, zien het, ruiken het, laten het toe te zijn zoals het is zonder erover na te denken of het ergens in het verhaal dat ik ben in te schakelen of te zeggen  mijn appel is beter dan de jouwe, of te zeggen jullie appel heb ik vorig jaar ook eens gehad of wat de gedachten ook willen zeggen de appel ziet er juist uit zoals de schilder zo en zo ook eens heeft geschilderd. Of: ik zou zulke appelboom in mijn tuin willen hebben die zulke appels produceert. Wat de gedachten ook willen  zeggen die ergens met mijn verhaal te maken hebben, die iets meer ervan wil. Of een bloem te zien en te zeggen: die wil ik hebben en dan moet men ze plukken. Nu heb ik ze en een uur later is ze dood. Alleen te zien en de geluiden te beluisteren in het dagelijks leven. En van onze eenvoudige handelingen bewust worden zodat we niet van het huidig moment een moment naar een doel maken. Elke stap trap omhoog, trap naar beneden, de deur geopend, deur wordt gesloten. Een kop thee maken, water opgieten, zintuiglijke waarnemingen, oplettend genoeg zijn om te kunnen waarnemen en daardoor ontstaat een diepte, dat brengt je in de stilte. Dan ontstaat een stilte, ontstaat niet, je merkt dat ze er al is. Meer en meer leven we dan dat we aan  het huidige moment oplettendheid schenken en ons verhaal opzijschuiven. Wat we erover willen weten zullen we nog wel genoeg weten, we schuiven ons verhaal opzij. Wanneer ik bvb. Chauffeur ben en ik kom van ergens en rij naar ergens toe, dat is mijn verhaal ik kom bvb. van thuis en rij naar het kantoor, dat is verleden en dat is toekomst en dan in deze stroom waarin de meeste mensen getrokken worden, je moet ginds geraken. Het huidig ogenblik is er nooit, slechts als middel naar een doel en plots te zeggen: “ogenblikje, ik ben nu aan een verkeerslicht en plots te ontwaken en te zien het licht van het verkeersteken: het is rood. En dan met men rood niet meer benoemen, je ziet rood en dan ziet men een boom. Voor het verhaalzoekende ik is dat zonder betekenis: dat lost toch niet mijn probleem als ik een boom bekijk. En precies dat zal je dieper laten gaan als daar waar je problemen zijn. Diepere dimensie, wie daar komt dan zal ook het leven aan de oppervlakte er anders uitzien. Ook daar zullen de dingen zich veel lichter ontvouwen, op de oppervlakte van je leven als je in de diepte gaat.

 

Over Eckhart Tolle:  http://de.wikipedia.org/wiki/Eckhart_Tolle

(Duits)

http://en.wikipedia.org/wiki/Eckhart_Tolle (Eng)

 

12:30 Gepost door doeterniettoe in Filosofie | Permalink | Commentaren (0) | Tags: eckardt tolle, filosofie, waarnemen |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.