21-03-06

De geldpotten van Irak

 

 

Wat hier volgt is een artikel dat veel wat  voorgaande BBC-video toont, onderschrijft. Het artikel komt uit linkse hoek, van de socialist worker is deels tendentieus maar de feiten die men hier aanklaagt blijven feiten.  Zeer interessant artikel. Een aanklacht.

De oorspronkelijke tekst :

http://www.socialistworker.co.uk/article.php?article_id=8...

 

De vertaling:

Het plunderen van de olierijkdom van Irak is ongeëvenaard in de geschiedenis van de collectieve misdaad, schrijft criminoloog Dave Whyte

 

De neo-liberale transformatie van Irak wordt afgebeeld als een humanitaire onderneming. Westerse bedrijven en  bezettende regeringen spreken over het bevrijden van Irak van de "tirannie van Saddam's planeconomie".

 

Op de dag dat de belangrijkste vijandelijkheden als voorbij  werden verklaard, vertelde Tony Blair  de Irakezen, "Saddam Hussein en zijn regime plunderden de rijkdom van uw natie. Terwijl velen onder u in armoede leven, leefden zij  een leven van luxe. Het geld van Irakese olie zal van u  zijn- het zal gebruikt worden  om welvaart voor u en uw families uit te bouwen ."

Dit is een een schaamteloze leugen  gebleken. Saddam's regime was ongetwijfeld corrupt, in de betekenis dat hij een systeem van bescherming en beloning voor de elite opzette die het  dichtst bij hem aanleunde. Maar de schaal en de intensiteit van de corruptie en de fraude die is binnengedrongen door de bezetting  heeft geen voorgaande in moderne geschiedenis.

 

Het grootste deel van het geld besteed door de Amerikaanse-Britse bezetting was niet van de VS of van  internationale donorfondsen, maar van olieopbrengsten  die tot de Irakezen behoren. Tijdens de periode van rechtstreeks regeren  besteedde  de V.S., of engageerde zich voor  rond  £11.3 miljard, het  meeste daarvan gestort aan  bedrijven in de V.S.

Van deze uitgaven blijft £5 miljard ongeboekt. Uit het beschikbare bewijsmateriaal weten wij dat veel ervan is verdwenen  in de handen van bedrijven, corrupte openbare ambtenaren en  Irakese contractanten.

 

Tijdens 14 maanden van zijn bestaan heeft de Voorlopige  Coalitie (CPA) – de instantie bevoegd om  Irak te regeren en  geleid  door de  Bush gezinde  Paul Bremer  - 100 wettelijke bestellingen via decreten doorgevoerd.

Die bestellingen, uitgevoerd zonder de toestemming van Irakezen, vertegenwoordigen  een zuivere vorm van neo-liberale orthodoxie die diepgaande en onomkeerbare gevolgen voor de Iraakse economie heeft gehad.

Het expliciete doel was snelle toegang tot  de olie rijke economie van Irak te bevorderen. CPA Orde 12, uitgevoerd een maand  nadat George Bush de belangrijke vijandigheden als voorbij verklaarde, schortte douane en plichtslasten op op goederen die het land binnenkwamen.

 

Binnen de  paar dagen nadat  deze regel was ingegaan, werden in  massa geproduceerde kippenbillen gedumpt op de Iraakse economie door  bedrijven van de V.S., die de kippenprijs deed zinken tot 71pence de kilogram, lager dan de goedkoopste prijs waaraan  de Irakese producenten konden leveren.

Die kippenbillen waren een surplus van de Amerikaanse markt want  de gemiddelde Amerikaan verkiest kippenborsten. Vóór de invasie, waren die kippenbillen waarschijnlijk verkocht  als voedsel voor huisdieren.

Order 39 liet toe de volledig buitenlandse eigendom van een brede waaier door de staat bezeten activa.

De bedoeling is dat staat meer dan 200 staatsondernemingen - met inbegrip van elektriciteit t, telecommunicatie en de geneesmiddelenindustrie - zal verkopen, toelatend 100 percent buitenlands  eigendomsrecht  van banken, mijnen en fabrieken. Het besluit stond deze firma's toe hun winsten uit het land te brengen.

Orde 81 leidde tot  octrooien die ervoor te zorgen dat de landbouw  afhankelijk is van buitenlandse agri-biotechnologische bedrijven. Het stelde buiten de wet  het delen van zaden, daardoor de  landbouwers dwingend  tot het gebruik van beschermde soorten die  door transnationale bedrijven worden aangeleverd.

Er kan geen twijfel over bestaan dat de bezetting  een  progressief verzwakken van de industriële en commerciële basis van Irak betekent.

Het grootste schandaal betreft wederopbouwcontracten.

In een  periode tussen 2003 en 2004, werd meer dan 80 percent van eerste contracten gegeven aan Amerikaanse firma's,  de rest verdeeld  tussen Britten, Australiërs, Italianen, Israëli, Jordaanse  en Irakese firma's. Één bron schat het totaal verkregen  door Irakese firma's tijdens de regering van het voorlopig bewind (CPA) op ongeveer 2 percenten.

De CPA slaagde erin om fondsen in de handen van Amerikaanse  firma's  te concentreren door niet-concurrerende opdrachten uit te schrijven. Vanuit de verslagen van de uitgaven kunnen wij schatten dat rond 66 percent van de contracten tussen April 2003 en April 2004 werden uitgeschreven zonder openbare aanbesteding aan uitgelezen favoriete bedrijven.

 

Laat ineenstorten en grijp…

 

Het herstructureren van de Irakese economie wordt het best gekenmerkt als een  "laat ineenstorten  en grijp" verrichting.

De "ineenstorting" impliceerde het opleggen  van een reeks administratieve instrumenten die de V.S. en andere westelijke contractanten vestigden als eerste agenten die de wederopbouw moesten uitvoeren en aldus Irakeees  kapitaal marginaliseerde en ondermijnde.

 

Het toeëigenen  (de "greep") van de olierijkdom van Irak zorgde ervoor dat de snelle invoering van buitenlands kapitaal door Irakese opbrengst werd gewaarborgd.

Het is uitgevoerd met een waarborg van immuniteit.

Op dezelfde dag dat het voorlopig bewind ( CPA) tot stand kwam tekende Bush uitvoerend Order nr 13303 dat het ontwikkelingsfonds voor Irak (DFI) - het agentschap dat wordt opgericht om wederopbouwcontracten te verspreiden vrijstelde van alle wettelijke procedures en  gerechtelijke onoplettendheden. Dit order stelde de CPA  vrij van vervolging en gerechtelijke tussenkomsten.

 

De CPA hield geen lijst bij van bedrijven waaraan  het contracten gaf, en het had geen systeem om de olie te meten die het uitvoerde en verkocht. De ambtenaren waren gemachtigd om de opbrengst met weinig of geen adequaat systeem te verspreiden zonder controle of verplichting rekenschap te geven.

 

Opzettelijk vertraagde de V.S. het vestigen  van controlerende organismen en weigerden dan  aan   hun onderzoekingen mee te werken.  11 maanden nadat de CPA de Irakese economie begon te controleren,  benoemden ze  Stuart Bowden, een vennoot van Bush, om het gezag te controleren. Bowden diende Bush nog  in zijn bureau als gouverneur van Texas in de vroege jaren '90 en nog recenter als ambtenaar van het Witte Huis.

 

Ondanks het feit dat alles gunstig lag voor de  CPA, toch kan men nog de V.S. en de V.N. auditrapporten die uiteindelijk verschenen nog lezen als een handboek voor collectieve boekhoudingsfraude.

De Irakese olieopbrengst kwam bij de  CPA binnen in $100 dollarbiljetten, geperst in geldbrikken van $100,000 (£57,000)  “cash bricks”. Één ambtenaar van de  CPA heeft beschreven hoe het contante geld aan contractanten werd bezorgd: vanuit een bestelwagen.

.

Het gebruik van contante geldbetalingen liet CPA toe de wederopbouwfondsen te verdelen zonder een spoor van document achter te laten.

 

Één verslag toont de boeking van   een betaling  door  de CPA aan  de Koerdische regionale overheid  voor £794 miljoen onder de begrotingsrubriek "overdracht van betalingen".

 

De Koerdische overheid stelde met nadruk dat het geld niet werd geleverd maar kon geen bewijs  leveren om dit te steunen. Men rapporteerde dat deze betaling geleverd werd  door Blackhawk helikopters aan een koerier in de Koerdische stad  Erbil  die daarop verdween.

Klaarblijkelijk gaf niemand erom  om de naam van de koerier te registreren.

Één auditcontrole vond 37 contracten in totaal voor  meer  dan £105 miljoen waarvoor geen contractdossiers konden  worden gevonden

Men  nam nota van een geval waar een niet toegelaten voorschot van bijna £1.7 miljoen door een hogere adviseur van het CPA werd betaald, en een geval waarin het  CPA hoofd van het ministerie van gezondheid geen rekenschap kon geven voor  £346,000 aan  bestedingen  gedaan onder zijn directe controle.

 

Voor een totaal van £5 miljard voor het ontwikkelingsfonds van Irak kan geen behoorlijk rekenschap gegeven worden.

 

De Irakese zakenlui rapporteren dat zij "tussenpersonen" aanzienlijke steekpenningen moesten geven om voor contracten zelfs  te mogen bieden.

De routine steekpenningen geëist  door de officiële ambtenaren van het  CPA  creëerden een cultuur van collectieve corruptie.

Het gebrek  aan  een degelijke verslaggeving  en monitoring, en de cultuur van het  geven van contanten binnen het CPA, creëerden een  vruchtbare bodem  voor de bloei  van corporatieve criminaliteit.

 

Zakken contant geld

Een van de meest vermelde gevallen is die waarin  de  privé  militaire firma Custer Battles  £8.5 miljoen  kreeg om veiligheid voor de burgerlijke luchtvaart van Irak te verstrekken.

Custer Battles  was één van  de honderden firma's die speciaal werden opgericht om een plak van de oorlogsbuit te krijgen. Dit bedrijf werd gesticht door Mike Battle en Scott Custer, naar men zegt een nakomeling van de bekende  George Custer van Little Big Horne.

 

Één CPA ambtenaar die verslag uitbrengt  aan  de Amerikaanse  senaatscommissie , zei aan  Custer  "een zak" mee te  brengen om hun contant geld te komen halen.

Hij maakte  een foto van twee bedrijfambtenaren die naar de camera glimlachen terwijl ze  zakken met meer dan  £1.1 miljoen Irakees oliegeld laadden.

 

Custer Battles deed nooit het werk waarvoor zij een contract kregen, maar liepen wel weg  met het contante geld, dat gebruikend om ‘barrack’voorzieningen te bouwen voor goedkope ingevoerde arbeiders die ze dan verder verhuurden aan andere Westelijke firma's.

 

Teveel laten betalen  was routine in wederopbouwcontracten.

Een audit van het contract van Kellogg, Brown en Root (KRB) om de Irakese oliegebieden te herstellen vond £61 miljoen  "onopgeloste kosten" (bestedingen waarvoor niet behoorlijk rekenschap was gegeven).

In een geval  rekende  KBR het Amerikaanse  leger meer dan £15.3 miljoen voor een olietransport met een waarde  van  £46,500 vanuit Koeweit.

Dit was slechts één in een lange lijn van audits die miljoenen  dollars aan tegenstrijdigheden blootlegde.

 

De firma die bij de martelingen van Abu Ghraib wordt betrokken , CACI International, werd beschuldigd door het Amerikaanse rekenhof voor het factureren van opgeblazen werknemersuren en verkeerde hoger opgeleide jobbeschrijvingen om de loonstaat zo te kunnen opblazen.

Spooklegers van  werknemers zijn overal in Irak en de loonlijsten worden routinematig opgeblazen.

De geïnstitutionaliseerde corruptie in bezet Irak is doodgewoon  een techniek van neo-liberale overheersing geweest. De economische bezetting heeft fraude en corruptie gebruikt om de economische bezetting te waarborgen precies  op dezelfde manier waarop  marteling en  moord zijn gebruikt om de militaire bezetting te bestendigen.

De invasie van Irak was een brutale daad van crimineel geweld van de kant van Bush en Blair.

Deze oorlogsmisdaad is ondersteund door de systematische economische criminaliteit  van de bezettende overheden en hun bedrijven.

01:02 Gepost door doeterniettoe | Permalink | Commentaren (0) | Tags: maatschappij, irak, economie |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.